75 jaar vrijheid – Inwoner van Sprang-Capelle overleeft 4 concentratiekampen

Hulp aan Joodse onderduikers

In het dorp Sprang-Capelle wordt, met gevaar voor eigen leven, onderdak verleend aan joodse onderduikers. Eind 1941 worden de eerste Joodse onderduikers in Sprang-Capelle geplaatst.

Theo van Alphen (30), Teeuw zoals hij in het dorp wordt genoemd, woont samen met zijn vrouw Bets van Kooperen in een klein, oud, wat scheefgezakt huisje aan de Waspiksedijk 22. Hij is horloge- en klokkenmaker van beroep en staat bekend om zijn vakmanschap en zijn inventieve geest. Een bijzondere man.

Mensen die niet toekeken

Eind 1942 hebben Theo en Bets van Alphen een ouder joods echtpaar Cohen-Levi uit Groningen in huis genomen. Theo zegt dat ze gewoon moeten doen alsof zij een oom en tante zijn van Bets, maar om een onduidelijke reden wil het echtpaar Cohen die rol blijkbaar niet spelen. Na vier maanden komt er iemand de dijk aflopen. Het echtpaar verdwijnt vlug naar het achterkamertje en Bets ruimt snel kop en schotels op. De bezoeker blijkt een commies uit Waalwijk te zijn. Na een kort babbeltje vertelt hij, dat hij heeft gehoord dat bij van Alphen Joden zitten ondergedoken. Theo reageert quasi kwaad: ‘Hoe komen ze daar nou bij? Wij hebben zelf amper ruimte in dit huisje om te leven en te werken.’
Na nog een praatje en een controlerondje in en om het huis, vertrekt de man. Theo en Bets beseffen dat onderduikers niet langer bij hen kunnen blijven. Diezelfde dag nog brengen ze het echtpaar Cohen, naar de schoonvader van Theo in Dongen, die ook drie joodse jongens in huis heeft. Twee weken later wordt de familie Cohen, met de drie jongens in Dongen opgepakt. Op donderdagmorgen 7 april 1943 arresteren twee politieagenten Theo in Sprang-Capelle. Hij moet mee naar Breda. Daar wordt hij verhoord en ondergebracht in de Koepelgevangenis.

Transport naar concentratiekamp Vught

Op 20 april 1943, (de verjaardag van Hitler) wordt Theo samen met tien anderen, waaronder het echtpaar Cohen, naar het SS-concentratiekamp in Vught gebracht. Vught is een gevangenkamp, een werkkamp en voor de Joden een doorvoerkamp. De eerste tijd moet Theo werken bij het ‘zandcommando’. Dat was zwaar werk, aan de schop of de houten kruiwagen met zand kruien. Later werkt hij bij het Philipscommando. Men heeft blijkbaar zijn technische kwaliteiten ontdekt. Het eten in Vught is weinig en slecht. Eind mei 1944 worden de Philipswerkplaatsen ontruimd. Alle Joden worden op transport gesteld naar de vernietigingskampen.

Op transport

Theo wordt na dertien maanden Vught, geboeid overgebracht naar Kamp Amersfoort. Daar is het niet veel beter. Hij krijgt weer een technische baan in de seintoestellenfabriek. Half oktober 1944 worden alle gevangenen van Kamp Amersfoort getransporteerd naar concentratiekamp Neuengamme.

Ontmoeting met Waalwijkers

Drie dagen en drie nachten zit hij met anderen opeengepakt in een goederenwagon. Theo ontmoet in de trein ook een aantal Waalwijkers: Kees van Loon en vier zoons van Frans Slaats, die geen van allen de oorlog zullen overleven. In Neuengamme wordt het transport gesplitst. Theo moet naar een zgn. buitencommando om in Sleeswijk-Holstein en Denemarken tankvallen te graven.

Brutaliteit en technische vaardigheden

In Sleeswijk-Holstein waar Theo van Alphen werkt is het een beestenleven. Alles gebeurt met de hand en een houten kruiwagen. Het eten is slecht en er zijn koude barakken, veel mishandelingen en geen medicijnen. Velen vinden de dood in de buitencommando’s. Pogingen om te vluchten worden bestraft met de dood. Onverwacht komt er voor Theo verandering. Hij hoort dat er metaalarbeiders worden gevraagd. Brutaal meldt zich bij de schreibstube. Daar hoort een Duitse officier dat hij “Uhrmacher” is. Zo iemand kunnen ze wel gebruiken want ze komen instrumentenmakers tekort. Theo moet aantonen dat hij een vakman is en wordt dan naar Neuengamme teruggestuurd.

Weer op transport

Korte tijd later wordt hij naar concentratiekamp Wannsleben. getransporteerd. Hij krijgt werk in een vliegtuigfabriek 400 meter onder de grond en wordt ingezet voor het repareren van fijngevoelige apparatuur. Relatief gezien heeft hij het daar goed. Want hij wordt betaald met eten. Rond 12 april 1945 komen de Amerikanen dichterbij en worden de gevangenen geëvacueerd. Onder zware bewaking gaan zij te voet op weg. Theo vlucht die nacht de bossen in en verstopt zich in een akker. Hij loopt terug naar Wannsleben. De Amerikanen hebben het kamp al bezet. Hij blijft daar tot de capitulatie van Duitsland. Vervolgens gaat hij met de trein en liftend naar huis.

Nederland bevrijd!

Op 5 mei 1945 is het dan zover: Nederland is bevrijd.
In spanning wacht Betsie van Alphen. Waar is Theo en is hij nog in leven?

17 mei 1945

Na twee bange jaren en verblijf, onder erbarmelijke omstandigheden in vier concentratiekampen komt op 17 mei 1945 Theo van Alphen na een lange, moeizame reis weer thuis. Wat een weerzien!
Zijn menslievendheid heeft hem bijna zijn leven gekost. Theo is sterk vermagerd, maar pakt direct zijn oude werk weer op. Jaren later zie je hem zo af en toe nog lopen met de streepjesbroek of -jas in het huisje aan de Waspiksedijk in Sprang-Capelle. Het is dan zijn werkkleding.

Tekst: Piet Pruijssers
Bron vermelding: Heemkundevereniging Sprang-Capelle; Bruggeske 1995

Deel dit met je vrienden: