Het Maasheggengebied in het land van Cuijk

Aan de oostelijke rand van het Land van Cuijk, gelegen aan de oevers van de Maas, van Maashees tot aan het Gelderse Batenburg, bevindt zich het oudste cultuurlandschap van Nederland, de Maasheggen.

De Maasheggen zijn het meest omvangrijke overgebleven heggenlandschap van Nederland en is in Brabant het best bewaard gebleven. Een Maasheggengebied verdeelt het landschap in een mozaïek van kleine percelen die van elkaar gescheiden zijn door meien sleedoornheggen.

Het landschappelijk mozaïek is door de eeuwen heen door boeren gevormd. De akkers lagen op de hogere en drogere delen en in de uiterwaarden lagen de graspercelen met poelen voor het vee. Op deze graspercelen bevinden zich de Maasheggen.

De mei- en sleedoornstruiken werden half doorgezaagd en naar de zijkant geleid. Op die manier groeiden de struiken in elkaar. Dit wordt ‘leggen’ genoemd. Op de zaagwonden groeiden weer nieuwe takken zodat er een heel dichte doornrijke heg ontstond. Doordat de heggen zo dicht in
elkaar gevlochten zijn, vormen ze een ondoordringbare afscheiding. Op die manier deden ze zeer goed dienst als perceelscheiding, afrastering voor het vee, maar ook voor het buiten houden van roofdieren.

Daarnaast zorgden de heggen ervoor dat, zodra de Maas buiten haar oevers trad, de stroomsnelheid van het water afnam en er rivierklei werd afgezet. Daardoor werd de grond voorzien van een vruchtbare laag slib.

Leuk om te vermelden is dat de Maasheggen al genoemd werden in de oude schriften van de Romeinen. Ze beschreven de manier waarop de plaatselijke bewoners hun landbouwpercelen afscheidden door middel van ineengevlochten meidoornheggen. In het boek ‘De Bello Gallico’ (50 v. Chr.), beschrijft Julius Caesar zijn ergernis over de Maasheggen, die een extra ‘hindernis’ vormden die hij met zijn leger slechts met moeite kon passeren.

Het eeuwenoude landschap is uniek in West-Europa, en de Maasheggen kennen een bijzonder ecosysteem met een rijke flora en fauna. In de struweel heggen met de stekelige mei- en sleedoornstruiken treft men ook de veldesdoorn, rode kornoelje, kardinaalsmuts en de bostulp aan. De bostulp is de enige wilde tulp die in Nederland voorkomt en bloeit op vochtige, voedselrijke en kleiige grond. Laten ze die in het Land van Cuijk nu net hebben!

Maar ook de Gelderse roos heeft een plek in de struweelhagen, met haar scharlakenrode vruchten die graag gegeten worden door de vele vogels die in dit gebied leven.

Kenmerkende vogels zijn de grasmus, gekraagde roodstaart en de braamsluiper. Ook andere vogels betrekken graag de heggen zoals roodborst, heggenmus, koperwiek, mezen, goudvinken en geelgorzen. Alle vinden zij in de dichte hagen beschutting tegen roofvogels. De voedselrijke bodem waarin veel kevers, pieren, slakken en insecten leven, maakt het tot een ideaal leefgebied voor de struweelvogels.

Zelfs dassen willen de heggen graag als kraamkamer gebruiken. Samen met de amfibieën in de vele poelen en de vele steenuilen in de knotwilgen maken dat in het gebied van de Maasheggen een enorme ecologische diversiteit is ontstaan. Deze samenwerking tussen bodemgesteldheid, waterhuishouding, flora en fauna zorgt dat de soortenrijkdom in stand wordt gehouden en zo de identiteit van het landschap behouden blijft.

Het mooie van het Maasheggengebied is dat het laat zien hoe de mens vroeger op een functionele manier gebruik maakte van zijn natuurlijke omgeving. In dit bijzondere gebied, waar men tegenwoordig heerlijk kan fietsen en wandelen over de verharde paden en langs de heggen die in het voorjaar in bloei staan, vergeet je gewoon dat we in de 21e eeuw leven.

Het ‘leggen’ van de heggen kan men nog steeds aanschouwen want ieder jaar wordt op de tweede zondag in maart het NK Maasheggenvlechten gehouden. De heggen worden dan volgens de oude traditie door ‘heggeleiers’ gevlochten en gesnoeid.