De Kempische heideschapen van De Lachende Ooi

De heide op met schaapsherder Bart van Ekkendonk

Al toerend door het keigave Brabantse land, zul je tussen april en november regelmatig kuddes schapen tegenkomen. Grote kans dat dit de Kempische heideschapen van Bart van Ekkendonk zijn, eigenaar van De Lachende Ooi in Loon op Zand.

Bart heeft ongeveer 1300 ooien en ooilammeren en 17 fokrammen. Verdeeld over vijf kuddes verplaatsen ze zich met een herder(in) en hond, over verschillende soorten heide, graslanden, golfbanen en stadsnatuur. Van de Loonse en Drunense Duinen tot de Reeshof, van het Leijpark tot landgoed Nemerlaer in Haaren. Opdrachtgevers zijn onder andere Brabants Landschap, Natuurmonumenten en diverse gemeentes.

Landschapsbeheer

Bart legt uit wat landschapsbeheer is: “Als je niets aan de natuur doet, wordt het een bos of groeit er teveel gras op bijvoorbeeld de heide. Meer bos is leuk, maar op en rondom de heide hebben allerlei insecten, vogels en hagedissen hun habitat. Als dat bos wordt, verdwijnen deze soorten en daarmee is er minder biodiversiteit. Het tegengaan van de vergrassing doen we, net als vroeger, met grazende schapen.”

“Het doel van mijn bedrijf is land schapsbeheer en dat doe ik door middel van mijn schapen. De hond is slechts mijn gereedschap. Natuurlijk heb ik er een band mee en is het mijn maatje, maar de hond heb ik nodig om mijn schapen te sturen.”

Werkdag van de herder

Om 7.30 uur gaat de herder naar de plek waar hij de kudde de vorige avond binnen de verplaatsbare omheining heeft achtergelaten en checkt of alles in orde is. Daarna zet hij op een nieuwe plek de flexibele omheining neer en gaat terug naar zijn schapen om ze op te halen. Afhankelijk van het terrein en het weer, wordt zo’n 15 tot 20 km per dag afgelegd. Om 16.30 uur, als de schapen veilig in de omheining staan, is de dag voorbij. Maar een herder moet flexibel en 24 uur per dag beschikbaar zijn in geval van calamiteiten.

Ook schaapherder worden?

De enige officiële mbo-opleiding tot schaapherder zit tegenwoordig in Velp, maar in de tijd van Bart was die er nog niet. Bart: “Ik heb een cursus
gedaan bij een herder die meer dan 25 jaar in het vak zat. Destijds woonde ik in Dongen en liep met mijn eerste, zelf gekochte schaap door de duinen. Als vrijwilliger heb ik veel ervaring opgedaan en zo kon ik een eigen gebied gaan onderhouden. Ik kocht wat schapen en dat werden er elk jaar meer. Jarenlang heb ik een stal bij een zorgboerderij in Biezenmortel gehuurd. Later kreeg ik ook stagiaires van de opleiding tot herder en dat was een leuke wisselwerking. Zo ontstond het idee om een thuisbasis voor mijn schapen te combineren met educatie en recreatie.”

Landschapspark Pauwels

De Gemeente Tilburg en Loon op Zand waren ook enthousiast en samen met Bart werd een samenwerking opgezet in Landschapspark Pauwels. Dit is een uitgestrekt gebied ten zuiden van de Loonse en Drunense Duinen en ten noorden van Tilburg, waarin natuur, landbouw, recreatie en  cultuurhistorie samenkomen. Zodoende heeft Bart een boerderij aangekocht midden in Landschapspark Pauwels.

Landschapspark Pauwels is vernoemd naar Pauwels van Haestrecht. Hij was in de 14e eeuw de Heer van Venloon (nu: Loon op Zand) en stichtte de voorloper van het huidige witte kasteel.

De helft van zijn boerderij wil Bart als vakantiewoning verhuren. In de stal erachter ontvangt ‘Stichting Educatieve Boerderij’ groepen, gericht op natuur- en milieu-educatie. In de moestuin zien kinderen waar hun eten eigenlijk vandaan komt en de Vlaamse schuur wordt verbouwd tot
kleinschalige horeca. Tot slot vind je er een bijenstal waar imker Ingrid haar bijen houdt.

Stukje geschiedenis

Tijdens zijn wandelingen in de Duinen geeft Bart graag een stukje geschiedenisles: “Dit is geen natuur, maar cultuurlandschap wat eeuwen geleden gevormd is door de mens. Als jager trok men achter het wild aan, bleef later op dezelfde plek en brandde de oerbossen af. Daarop floreerde de heide. De mens had mest nodig om de grond vruchtbaar te houden, dus kwamen er schapen. Overdag liepen de schapen met de herder op de heide en ’s nachts sliepen ze in de potstal. De mest in de stal stapelde zich op en werd op het land uitgestrooid. Door intensieve begrazing en beplagging groeide er niks meer en kwam het stuifzand naar boven. De wind joeg dit zand de dorpen in. Volgens de overlevering is het dorp Ven Loon ooit onder het stuifzand verdwenen.” Bart lachend:  “Misschien staat er over 100 jaar in de geschiedenisboeken dat Bart van Ekkendonk met zijn schaapskuddes de redding is geweest van het stuifzand in de Loonse en Drunense Duinen.”

Het Kempisch Heideschaap is een schrale-grond-schaap met de beste eigenschappen voor voedselarme gronden. Mede door de kunstmest werden ze rond 1960 met uitsterven bedreigd. Daarop is er een stichting in het leven geroepen voor behoud van het Kempisch heideschaap en nu zijn er ruim 10.000 stuks welke allemaal worden ingezet voor landschapsbeheer.